spacer
Contact Deelnemers Fondslijst Pers Archief Links

CHRISTOPHE
    VAN GERREWEY

LAUWEREYNS /
    PALMER / LEUS

BART BAELE

CHARLOTTE
    MUTSAERS

HERAKLEITOS

MICHAEL PALMER

TONNUS
    OOSTERHOFF

PETER
    VAN LIER

ARNOUD
    VAN ADRICHEM

PAUL CLAES

ELISABETH
     TONNARD

VROMAN/
    LAUWEREYNS/
    JUCHTMANS

JEAN-MARIE
    BYTEBIER

MARK BOOG

ERIK SPINOY

ALFRED SCHAFFER

PHILIPPE BECK

PETER HOLVOET-
     HANSSEN

SASKIA DE JONG

ALBERT
     BONTRIDDER

MARTIN REINTS

MARC KREGTING

fragment
meer over de schrijver

ANNEKE BRASSINGA

DIRK VAN
     BASTELAERE

IETS VAN NIETS

K. SCHIPPERS

JAN LAUWEREYNS

PAUL DEMETS

LUCAS HÜSGEN

MIGUEL DECLERCQ

HUGO CLAUS

ALEA

PETER VERHELST

PAUL BOGAERT

o Sitemap

o Home

 

file:\\ druksel \ fondslijst \ kregting \dirk de geest

Dirk de Geest in 'De leeswolf'

De jongste dichtbundel van Marc Kregting, een bijzonder fraai bibliofiel uitgegeven kleinood, heeft een soort van zandloperachtige structuur. De teksten worden alsmaar korter tot halfweg de plaquette, om dan opnieuw in lengte toe te nemen. Het geheel is een hoogst intrigerende compositie vol spiegeleffecten, dat opnieuw het sterk zelfbewuste (maar ironische) schrijverschap van Kregting etaleert. Vanaf de eerste versregels wordt de lezer meegevoerd in een bevreemdend universum van klanken en beelden: “Toen bond zij wil en was cordon wit, Huiverde / en boog. Maar geen misericorde viel achterin. / Rondom bloot de eerzaamheid.” Tot op zekere hoogte lijken deze regels verstaanbaar; er is sprake van een ‘zij’ die handelt en zich gedraagt (vandaar de ondertitel: ‘Gedragslijnen’), van een aantal elementen uit de omgeving, van een dominante sfeer. Tegelijk echter vertonen deze disparate elementen ogenschijnlijk geen enkel logisch, laat staan noodzakelijk verband, buiten de magie van het gedicht om. In die zin verschuift Kregting de taal, in plaats van ze zonder meer te doen exploderen. Zijn poëzie is geen loutere onzin, maar balanceert behoedzaam en gedurfd op de rand van de zin. De vele herhalingen suggereren motieven en personages, intriges van liefde, sensualiteit en strijd. Dat alles is echter grotendeels een constructie van de lezer, die zich enerzijds laat meedrijven op de associaties van het vers, maar anderzijds doelbewust op zoek gaat naar samenhang en verbanden. Dit is poëzie op haar zuiverst, maar van een experimentele aard die allicht slechts een beperkt publiek zal kunnen aanspreken.

Dirk de Geest in ‘De leeswolf’, nr. 4, 2004, p. 302


 

html by Tankred
version 2.2 - © Druksel